FAQ

Framehoogte

De juiste maat van een racefiets is iets waar boeken over vol zijn geschreven en waar heel veel fietsers wel een mening over hebben, wij dus ook.

Hieronder vind u wat algemene overwegingen die een richtlijn kunnen zijn bij het bepalen van uw framemaat. Hou er rekening mee dat verschillende fabrikanten heel anders meten: een Colnago maat 53 is vergelijkbaar met een Bianchi maat 59 (jaar 2010). En sommige fabrikanten veranderen ook nog wel eens van maatvoering. Of zoals bij Gios, daar werden de stalen frames op een andere wijze gemeten als de aluminium frames.

Wij doen zelf geen computerberekening om iemand goed op de fiets te krijgen. We hebben ooit van 1 persoon alle maten genomen en deze door de toen gangbare 4 computermodellen een fiets laten berekenen. Daar kwamen 4 verschillende fietsen uit. Dit beeld werd een paar jaar geleden bevestigd door een vergelijkbare test in het blad Fiets. Ook hier werd een en dezelfde persoon door de verschillende programma’s compleet anders op de fiets gezet. Wij hebben een wat andere aanpak, nadat we hebben geïnventariseerd wat iemand met de fiets wil gaan doen (zie onder), passen iemand op een aantal van de fietsen die we hebben staan. Bij twijfel laten we iemand fietsen op een hometrainer. Dit geeft een uitstekend beeld van de benodigde maat van de fiets.

Verder bestaat er niet zoiets als de perfecte maat. Ieder lichaam is anders en daar moet je rekening mee houden, alleen alle lichaamsmaten op meten is daarbij een richtlijn en niet meer. Ik heb zelf bijvoorbeeld een gevoelige rug en kan daarmee niet erg diep zitten. Mijn frame is dus aan de grote kant, zodat ik iets meer rechtop zit. Daarnaast zit ik ook nog eens erg kort. Maar ik rij (eerlijk gezegd: reed) wel 5 hr 2 min op de het fietsonderdeel in de triathlon van Almere.

Er zijn wel een aantal vuistregels waarmee je een behoorlijk uitgangspunt voor je frame maat kunt creëren. Onderstaande rekenregels worden veel toegepast: – De centre-centre zitbuismaat (bij een klassiek frame) is 0.66 maal de binnenbeenlengte – De zadelhoogte bedraagt 0.883 maal de binnenbeenlengte – De lengte van de zit is: (bovenlichaamlengte + armlengte)/2 + 4

Hiermee heb je een uitgangspunt, maar veel belangrijker dan de zithoogte is de lengte en de diepte van de zit, ofwel de afstand tussen zadel en stuur, resp. het verschil in hoogte tussen het zadel en het stuur. Des te dieper de zit, des te harder je kunt fietsen. Je vangt dan immers minder wind. Maar dit gaat wel gepaard met een hogere belasting van je rug, schouders nek en armen, comfortabel is dat dus niet. Wielrenners zitten soms wel tot 20 cm diep, toerders eerder 10 cm. Dit heeft grote gevolgen voor de te kiezen framemaat, een toerder zit met verder identieke lichaamsmaten dus op een behoorlijk groter frame dan een iemand die wedstrijden gaat rijden. Andersom de renners die je op TV ziet zitten vrijwel zonder uitzondering op een erg klein frame. Het is ook niet helemaal toevallig dat professionele wielrenners vrijwel iedere dag helemaal los worden gemasseerd (en dus niet alleen de benen).

Dit betekent dat niet alleen ieder lichaam anders is, maar dat ook het gebruik van een fiets bepaalt wat je ideale houding op de fiets is. Dit laat zich niet vangen in een enkele formule. Daarnaast zijn we van mening date er meerdere mogelijkheden zijn voor iemand om goed op een fiets te zitten. We besteden dan ook veel aandacht aan hoe je de fiets gaat gebruiken als we naar de maat van een fiets gaan kijken.
Verder valt op date er geen grote verschillen meer zijn in de maatvoering van verschillende fietsmerken. Kennelijk is een en ander behoorlijk uitgekristalliseerd en is er voor vrijwel iedereen een passende fiets te vinden. Een frame op maat laten maken is zelden noodzakelijk.

Kijk voor meer informatie eens op de website van Competitive Cyclist (Engels).